Inleiding

Wat houdt die andere kijk op voeding nu eigenlijk in? Dat is: géén calorieën meer tellen, maar de koolhydraten en vetten gescheiden eten.

Waarom zouden we geen calorieën moeten tellen? Het antwoord is simpel: het lichaam is een overlevingssysteem. Als je heel weinig gaat eten (1200 kcal) dan schakelt je lichaam over op een zuiniger beleid. Ga je nog minder eten, een crash-dieet (minder dan 1000 kcal), dan reageert je lichaam alsof er een hongerwinter is aangebroken en schakelt het over op het overlevingssysteem. En als we dan toch nog verder willen afvallen, gaan we nog minder eten en ons lichaam wordt steeds zuiniger, d.w.z. minder brandstof en dus minder energie. Het resultaat is dat we moe en lusteloos worden en gaan denken dat we maar moeten stoppen met onze poging om te lijnen.

Nee, op dit punt aangekomen ben je gewoonweg ondervoed en kom je voedingsstoffen te kort, want als je zo weinig calorieën binnen krijgt, kan je niet gezond en gevarieerd eten.

Het overlevingssysteem werkt ten koste van de spiermassa, omdat die spieren teveel energie vragen om het lichaam in stand te houden. Er komen immers veel te weinig calorieën binnen en het slaat alle overtollige koolhydraten en vetten op om het lichaam nog energie te kunnen geven in de periode dat er geen voedingsstoffen opgenomen worden.

Kortom, hoe minder je eet, hoe meer je lichaam ervan overtuigd raakt dat die hongerwinter is aangebroken. Als je dan plotseling weer meer gaat eten, blijft het lichaam nog steeds in de hongerwinterstand staan en dan vliegen de kilo’s er zo weer aan. Dat staat bekend als het jojo-effect.

Je lichaam moet er eerst van overtuigd zijn dat het geen hongerwinter meer is.

Als je volgens de schijf van 5 gaat eten en vetten en koolhydraten samen blijft eten, kom je nooit van je opgebouwde vetreserve af. Maar als je gaat eten volgens dit systeem dan kan je alles eten. Het enige, en daar gaat het juist om, is dat je niet de koolhydraten samen met de vetten eet.

Je mag zelfs alles eten, ook vetten. Je hebt vetten nodig voor de stofwisseling, de celopbouw, de neuron-transmissie, de in vet opneembare vitaminen (A, D, E en K) en voor de smering van gewrichten. Daarbij komt dat alle vetten ook nog eens in balans moeten zijn (Omega 3, 6, 9)